Het zou mij verbazen als een van de dagen
de jonge kalveren fris gras konden grazen.
De winter neemt de overhand
en bedekt elke strohalm moed
onder een grote, kille hoed.
Het jonge grut stoort er zich niet aan
en gaat verder op de ingeslagen weg.
Dan boem-paukeslag-patat,
slaat het glibberige noodlot
met zijn afgevallen bladeren,
de jeugdige overmoed plat.