Waarom gaan mensen naar voordrachten luisteren of naar theater, nog zo’n zinloze bezigheid?
Ik denk dat mensen komen voor wat ze noemen: een goei verhaal!
Even druk van de ketel en dan vluchten in een schone fantasie.
Een schoon verhaal dus. Laten we de proef op de som nemen. Zou ik u kunnen wijsmaken dat 'ik' de boze wolf ben en dat straks door die deur daar, die daar staat in de hoek van de kamer waar we ons nu bevinden, roodkapje binnenkomt. Ze kijkt eerst met bange oogjes naar binnen, want er is toch duidelijk iets ‘anders’ aan de hand in het huisje van grootmoeder. Het ruikt er anders, de sfeer is beklemmender en niet te vergeten is roodkapje op haar weg hierheen 'mij', de boze wolf dus, al tegengekomen en dat laat haar natuurlijk niet onberoerd. De boze wolf stelt alles in een ander daglicht, dat weet elk meisje van 14.
Wellicht is dit verhaaltje van de boze wolf niet zo aannemelijk, iedereen kent het al, ik ben een vrouwelijk schrijfster die me voordoet als boze wolf, hmhm…. Matige score op de schaal der geloofwaardige verhalen.
En toch.
Misschien is uw drang als lezer of toehoorder, uw drang tot een 'goei' verhaal wel even sterk als Sebastiaans drang tot het spinnen van een web. En dus verdraagt u in functie daarvan een hoop onhandigheid en beginnersfouten van dat piepkuiken van een schrijfster Het moet wel een beetje goed gedaan zijn. Het mag een beetje cliché en voorspelbaar zijn, maar ook niet te. Het mag nog wel een pietepeutje verrassend en goed opgebouwd zijn. En dan laat een publiek meestal zijn scepsis wel varen of dat meen ik toch bij mezelf te observeren als ik in de publieksrol zit: Als publiek wil ik heel wat slikken.
Terwijl in het echte leven. Nee, daar hanteer ik de scepsis juist als richtsnoer voor het dagdagelijks handelen. Ik ga niet in zomaar in eender wat geloven. Als ik naar de winkel ga, trap ik dus niet- als de eerste beste puber- in de reclame en doe ik, samen met mijn hoogstpersoonlijke verlangens de boodschappen.
Dat denk of liever dat dacht ik toch altijd. Tot een keer, zo’n 4 jaar geleden. Toen is het begonnen. Ik liep met een volgeladen winkelwagen uit de Delhaize en ik zag hun meesterlijke slogan: ‘Leef zoals je wil.’ Ja maar, dacht ik. Dat kan niet. Dat is mijn slogan, mijn sceptische richtsnoer om de reclame te vlug af te zijn. En dan neemt de reclame mijn slogan over?! Of was de reclame eerst en ben ik hun volgeling? Dit bracht me danig in verwarring en dat was nog maar het topje van de Freudiaanse ijsberg. Ik keek namelijk vervolgens naar wat er in mijn winkelkarretje te rapen viel, wat ik samen met mijn hoogstpersoonlijke verlangens had gekozen: Ik zag- tot mijn ontsteltenis- mexican wraps, sushi à volonté, scampi’s, een Chinese kool, een Italiaanse pizza en het benauwend zweet brak me ijskoud uit.
Een volgende slogan schoot me te binnen: ‘Je bent wat je eet.’
Met trillend hart durfde ik toen te denken: wie ben ik dan? Een Mexicaan, een Japanees, een Chinees of een Italiaan?
Sinds die dag ga ik naar het theater en poëzievoordrachten. In de hoop daar nog verhalen te vinden, een 'goei' verhaal dat klopt. Maar wat bleek: ook in het theater zijn er nog weinig echte verhalen. Deconstructie noemen ze dat. 'Wij deconstrueren de waarheid, want een universele waarheid bestaat niet meer,' heet het daar. Alles is voorlopig en falsifieerbaar. Falsiwatte? Falsifieerbaar, waar tot het tegendeel bewezen wordt.
En dus zoek ik nu mijn heil in films en soaps. Ik moet wel. Daar bestaan ze nog, de verhalen, de meeslepende intriges en de liefde, liefde tot de dood ons scheidt.
Ik begrijp het niet, buiten de film en de soap wisselen mensen van lief als van GSM. Is een lief ook falsiwatte? De ware tot het tegendeel bewezen wordt? Ik word daar een beetje moedeloos van en ik weet ook niet, als ik dan een lief heb wat ik moet doen. Geloven dat wij samen oud gaan worden of denken: dit is maar een overgangsfiguur naar een volgende die beter is?
Onlangs zei iemand dat tegen me: er bestaan alleen maar overgangsfiguren. Ik krijg het daar een beetje koud van. Maar ik ben aan het zeuren. Ik weet het, wij zijn kei vrij om te gaan en staan waar we willen, om ons lief te dumpen en in een nieuw avontuur te jumpen.
Maar als ik heel eerlijk ben? Ik vind dat moeilijk, ik spring niet zo gemakkelijk ergens in, laat staan in het diepe-dieperdere-diepst: de liefde. Hoe kan je nu een vis aan de haak slaan als je niet zeker weet dat er morgen geen schoonder exemplaar voorbijzwemt? En dus zit ik maar een beetje naar die zwemkom te kijken en staar apathisch naar the plenty of fish in the sea, de zee van de oneindige mogelijkheden.
En ik denk: die vissen in die visbokaal, die willen een verhaal, net als ik. Een altijd waar verhaal om in te geloven, om te kunnen blijven rondzwemmen, en opeenvolgende visjes aan hun lijn te rijgen. En waarom willen zij een altijd waar verhaal? Kom nou, dat snapt zelfs een meisje van 14: de vis kan veranderen, maar er blijft altijd een haakje steken.
Dag Suzanne,
BeantwoordenVerwijderenVrij naar Remco Campert: “Het leven is verrukkelijk”. Dit, jouw goed verhaal zal ik meer dan een keer lezen, er in mootjes van genieten.
Maar eerst en vooral hartelijk bedankt om mijn blog open te ‘volgen’, dat maakt me blij. Steeds welkom, Suzanne!
Heel veel liefs,
Nadja
Dag Suzanne,
BeantwoordenVerwijderenDe functie “volgers” maakt bokkensprongen! :-(
Ook al is het per momenten niet aangeduid, ik volg weldegelijk trouw “Suzinnetjes”, hoor!
Liefs,
Nadja
♥
Niet te veel denken, genieten...
BeantwoordenVerwijderen