woensdag 18 januari 2012

Joppe op de improles...


‘Last van koudwatervrees?’ vroeg de vrouw van middelbare leeftijd naast hem.  Hij had zich ingeschreven voor een cursus improvisatietheater.  Hij vond dat hij toch een beetje onder de mensen moest komen en misschien hoopte hij ook een beetje van zijn eigen verloren gegane spontaneïteit terug te vinden, maar nu hij die 45-jarige vrouw naast hem bekeek, vroeg hij zich af of dit nu wel zo’n goede beslissing was.  Waren al deze mensen hier om iets artistieks te doen met hun leven, zichzelf opnieuw heruit te vinden?  Hij keek om zich heen.  Twintigers of veertigers.  Amper dertigers, die zaten nu in de pampers en moesten te hard werken om hun huis af te betalen.  Geen tijd meer voor een hobby.  Kinderen en huizen eerst!  Een hobby.  Dit zou dus zijn hobby worden.  Voor zover hij wist had hij nog een nooit een hobby gehad.  Nooit postzegels verzameld of gevoetbald, nooit jeugdig bewogen in scouts of chiro of een instrument leren bespelen. 
‘Nee, dat valt wel mee, ik heb wel al voor hetere vuren gestaan, ben al door diepere watertjes gegaan’ antwoordde hij met een kwinkslag. 
‘Het water is nooit te diep’, zong een andere veertiger. 
‘Kijk eens diep in mijn ogen,’ zong een pas uit het ei gekropen twintiger. 
Oh, nee, grapjassen tegen elkaar op.  Dit zou vermoeiend worden en om erbij te horen zou hij zijn duit in het zakje moeten doen.  Joppe zuchtte.  Ze waren nog niet eens begonnen, dit was de cafetaria vooraf en zoals dat hoorde bij het verenigingsleven zou de cafetaria achteraf ook een verplicht nummer worden en als hij er zich aan zou ontrekken, was hij weer de rare, de vreemde eend in de bijt,... 
‘He Joppe, wat doe jij hier?’ 
Karin.  Wat deed zij hier? 
‘Hetzelfde als jij denk ik, ik kom improën.’
Ze barstte in lachen uit.  ‘Dat is toch niets voor jou Joppe.  Jij moet een boek schrijven of zo, op je zolderkamer zitten en serieuze dingen bestuderen, toch geen zotte impro komen doen.’
Hij moet gekwetst gekeken hebben, want plots viel ze stil.
Een ongemakkelijke stilte.  Dat was nu al de tweede keer in een paar dagen dat hij haar tegenkwam en twee keer kwam hij bij haar in een gênante situatie.  Deed ze het ervoor?  Was ze erop uit hem te kleineren.  Hij dacht weer aan Karels woorden:  weet je dat Karin echt een hoge pet van jou opheeft?’ 
Hij bekeek haar plots anders.  Misschien was zij niet de superieure populaire blondine en hij de idiote dwaas.  Misschien voelde zij zich wel minderwaardig tegenover hem.  Ha!  ‘Wat zit jij zo te glimlachen?’ 
‘Niks, ik ben gewoon blij van je te zien.  Ik denk dat ik je gemist heb.’  BAM!  Het sloeg in als een bom.  Karin keek hem vol ongeloof aan.  Zoiets liefs had hij nog nooit tegen haar gezegd.  ‘Dankjewel, ik vind jou ook een lekker stuk,’ lachte ze zijn compliment weg en ze wendde zich tot de vrouw naast Joppe.  ‘Hoe heet jij?’
‘Sandra en jij?’  ‘Karin.’  ‘Heb jij al eens impro gedaan?’  ‘Ja een paar cursussen en jij?’ ‘Nee, het is de eerste keer’, zei Sandra, ‘en ik ben wel een beetje zenuwachtig.’  ‘Nergens voor nodig, impro is super tof en ontspannend, wacht maar af.’  Oké ze was alweer vlotte Karin, maar om die grap met Karel moest hij haar toch nog aanspreken.  Koppelarij, daar was hij niet van gediend en van homoseksualiteit  noch minder.  Dat zou hij haar heel duidelijk maken.  Ooit, op een keer, als hij er de kans toe zag. 
Het improgedeelte was goed meegevallen. De spelletjes waren uiteraard een beetje stupide, maar hij moest toegeven dat het werkte.  Het had hem in de juiste stemming gebracht en hij was zelfs een beetje opgezet met zichzelf.  Karin had het mis, hij was niet alleen een zolderkamertype.  Hij had echt een paar goede vondsten gedaan: een stotterende chirurg die feilloos sneed, maar zijn status verloor het moment dat hij de operatiekamer verliet.  Het had een komisch spel opgeleverd, waarin hij hoe langer hoe sneller wisselde tussen de zelfbewuste chirurg en de stotterende sukkelaar.  Zelfs Karin had zijn statuswissels kunnen smaken en de improcoach had bewonderend naar hem gekeken.  Hij had toen moeten gaan, in dat moment van hoge status en bewondering.   

Hij had moeten weten dat de cafetaria achteraf, de bananenschil was waarop hij zijn gezicht zou verliezen.  Opnieuw.  Nog maar een keer zei hij de foute dingen op het foute moment.  Hij was aan de praat geraakt met een aantrekkelijke jonge vrouw, Ingrid.  Ze was lerares in het lager onderwijs. Dit nieuwtje had hem helemaal wild en roekeloos gemaakt.  Een juf, met dezelfde naam als Saids juf in de eerste klas.  Gaf ze les in Antwerpen stad?  Ja!  En ook aan migrantenkinderen?  Ja!  Hij had haar in één onnadenkende moment over zijn boek verteld.  En zij was enthousiast geweest.  Ze had hem zelfs gevraagd of ze er stukken van mocht lezen en toen had hij gezegd dat het wel een moeilijk boek was, met grote literaire complexiteit.  Dat men wel wat belezen moest zijn om het te kunnen lezen.  Het was pure schaamte natuurlijk die hem tot die uitspraak had gebracht.  De verlegenheid die hem vaker overviel als iemand interesse toonde.  ‘Dus jij denkt dat jouw boek te moeilijk is voor mij?  Omdat ik maar een leraresje ben, amper gestudeerd en alleen maar in staat tot het opzeggen van het ABC?’  Alle improhoofden hadden zich naar hem gericht.  ‘Was dit een spel of was dit echt?’ leken ze als 1 hoofd te denken. 

‘Ingrid,’ fluisterde hij.  ‘Ik meende het zo niet, natuurlijk vind ik jou niet te dom om mijn boek te lezen.  Ik schat je juist hoog in, maar er is nu eenmaal zoiets als boekenwijsheid die jij misschien niet hebt en die wel noodzakelijk is om mijn boek te begrijpen. Heb jij bijvoorbeeld de Max Havelaar gelezen, heb jij Arabisch geleerd om de verhalen van duizend en een nacht in hun oorspronkelijke taal te lezen?’  ‘Nee.’ En nu werd zij verlegen.  Statuswissel voor hem en voor haar, maar nu niet dolkomisch.  Het was stil geworden aan het cafetariatafeltje.  Met één klap voelde hij zich naar zijn zolderkamer teruggecatapulteerd.  Dit was geen fijn gevoel.  In wederzijdse overeenstemming was hij uit de groep gezet. ‘Ivoren toren-man’ was het harde verdict.  Ingrid stond op.  ‘Nu goed, ik ga dan maar, ik heb wat leesvoer in te halen.’ En ze tikte op een boek dat ze blijkbaar in haar handtas met zich meedroeg: De duivelsverzen van Salman Rushdie.  Hij moest bijna overgeven toen hij dat zag.  Las ze ‘Dé duivelsverzen’?  Een boek waar hij al verscheidene malen was aan begonnen, maar nooit was verder geraakt dan de eerste bladzijden.  Wat had hem bezield, zo van haar onwetendheid, ongeletterdheid uit te gaan?  Hij dronk de laatste slok van het obligate pintje op en mompelde iets waarna hij de improvrouwen verliet.  Dat hij dat nu pas zag, dat hij de enige man was die nog achteraf mee naar de cafetaria was gegaan.  De andere mannen  hadden ongeschonden het pand kunnen verlaten.  Hij moest nu als een gewond dier afdruipen. 

3 opmerkingen:

  1. Bedankt Suzanne,
    Bedankt. Nu ben ik volop geserveerd met Suzinnetjes, moet het dan eerst verteren ;-)
    Ik zal je hulp nodig hebben want ik weet niet wat "improles" is. "geïmproviseerde les" misschien?
    Je stukje doet me denken aan Elcker Ik. Is er een verband?
    Hartelijke groeten,
    Nadja

    BeantwoordenVerwijderen
  2. improles: een les improviastietheater.... Geen verband met Elcker Ik erin gelegd, geen bezwaar als het er wel wordt uitgehaald;-)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Dankjewel Suzanne,
    Improvisatietheater dus… Elcker Ik heeft zo een dergelijk cafetaria, vandaar de associatie ;-)
    Mag ik je uitnodigen ook mijn blog te volgen? Ik zal me zeer verheugen!
    Liefs,
    Nadja

    BeantwoordenVerwijderen